Lake Mburo National Park

Gelegen in het zuidoosten van Oeganda en op ongeveer 3 uur rijden van Kampala, ligt het savannepark Lake Mburo National Park. Hoewel kleiner dan de savanneparken Murchison Falls National Park en Queen Elizabeth National Park heeft dit park een dier binnen haar grenzen dat verder nergens in Oeganda voorkomt: de impala.

Het in 1983 gestichte nationale park is 370 km2 groot en ligt op een hoogte van 1.220 – 1.828 m boven zeeniveau. Het unieke van het park vormt de aanwezigheid van 13 meren waarvan er zich 5 in het park bevinden. Deze meren worden gevoed door de Rwizirivier en zijn met elkaar verbonden door moerassen. Sommige van deze moerassen bestaan alleen in de regentijd.

Een roerige geschiedenis

Voordat Lake Mburo National Park haar definitieve bestemming van nationaal park kreeg, kende het een zeer roerige geschiedenis. In de prekoloniale tijd was het gebied niet erg in trek bij de herders met hun met enorme horens uitgeruste Ankolevee. Oorzaak was de aanwezigheid van tseetseevliegen die trypanosomen bij zich hadden. Dit zijn eencellige dieren die gevaarlijke tropische ziektes kunnen overbrengen. Deze trypanosomen waren gevaarlijk voor het gedomesticeerde vee, maar niet voor mensen en wilde dieren. Het gebied was ook een koninklijk jachtgebied waarbij het de onderdanen verboden was er hun vee te hoeden.

Begin 1890 brak er runderpest uit. Hierdoor stierven enorme aantallen vee met als gevolg dat er hongersnood uitbrak, waardoor duizenden mensen stierven. Door het ontbreken van vee in de tijden erna, herstelde de vegetatie zich zodanig dat er opnieuw een tseetseevliegenplaag ontstond. Dit dwong de herders met hun overgebleven vee om andere gebieden op te zoeken.

Bestrijding van de tseetseevliegenplaag

In 1945 brak opnieuw een tseetseevliegenplaag uit. Dit keer verspreidden de vliegen ook de voor mensen zeer gevaarlijke slaapziekte. Wederom moest de lokale bevolking het gebied verlaten. Om het probleem met de tseetseevliegen voor eens en altijd op te lossen, grepen de Engelse koloniale autoriteiten in de vijfttger jaren naar een wel heel drastisch middel. Alle wilde dieren zouden gedood worden, zodat de bloedzuigende tseetseevliegen zouden uitsterven. Berichten uit die tijd spraken van een ongelooflijk bloedbad waarbij professionele jagers de taak hadden ieder wild dier te doden. De autoriteiten slaagden gelukkig niet in hun opzet. Van bepaalde soorten overleefden er genoeg dieren de slachting, zodat de tseetseevliegen toch aan het noodzakelijke bloed kwamen.

Het ontbossen van het gebied zou een nieuwe oplossing zijn. Op die manier hadden de tseetseevliegen geen schaduw meer. Honderden vierkante kilometers werden ontdaan van bomen en struiken. Maar na het eerste regenseizoen groeide de secundaire onderlaag zo hard, dat de tseetseevliegen voldoende dekking hadden om te overleven.

Het seizoen daarna begon men een nieuwe campagne om de tseetseevlieg uit te roeien. Men spoot gif op letterlijk iedere vierkante centimeter van het besmette gebied. Dit had het beoogde resultaat: de uitroeiing van de tseetseevlieg. De prijs was hoog. Niet alleen werd de tseetseevlieg uitgeroeid, bijna alle andere insecten, insectenetende vogels en zoogdieren kwamen om. Begin zestiger jaren werd het gebied langzaam maar zeker weer bevolkt en werd een deel voor de herders gereserveerd. Een ander deel deed dienst als game reserve.

Lake Mburo als nationaal park

De ellende was nog niet ten einde toen in de zeventiger jaren een groot deel van het gebied staatsranch werd. De populatie wilde dieren die nog aan het herstellen was van de massaslachtingen in de vijftiger jaren werd nu bedreigd door intensieve stroperij. De leeuwen die een slechte reputatie onder de herders hadden, werden zelfs lokaal uitgeroeid. Extra reden was het feit dat deze leeuwen het vee aanvielen, maar zich ook ontpopten tot menseneters. Met name één mannelijke leeuw was verantwoordelijk voor het verlies van 80 mensenlevens.

In 1983 kreeg het gebied de status van nationaal park. Ongeveer 4.500 families werd gedwongen om het park te verlaten en elders een nieuw bestaan op te bouwen. Tijdens de donkerste dagen van de burgeroorlog in 1986 bleef er van het park niets over. Faciliteiten en infrastructuur waren vernietigd en er werd weer op grote schaal gestroopt.

In 1987 reduceerde de toenmalige regering de grenzen van het gebied met 60%. Een klein aantal mensen mocht in het nationaal park wonen en vissen op de meren. Het bleef echter onrustig in het park.
Na 1991 kwam er eindelijk een kentering in de teloorgang van het nationale park en haar bewoners. De regering stelde een bestuurslichaam samen voor Mburo. Dat bestond, naast ambtenaren van de regering, ook uit vertegenwoordigers van de lokale bevolking. Tussen 1991 en 1997 moesten de menselijke bewoners het park opnieuw verlaten. Het verschil was echter dat ze nu een schadevergoeding kregen. Sinds 1995 komt 20% van de entreegelden van het nationale park ten goede aan de lokale bevolking die rond het park leeft. Met dit geld worden onder andere klinieken en scholen gebouwd.

De Landschappen van Lake Mburo National Park

Lake Mburo National Park bestaat uit dichtbegroeide gebieden met veel acacia’s en struiken. Een deel van het park bestaat uit savanne, doorsneden door rotskammen en beboste kloven. Rond de 5 meren in het park bevinden zich papyrusmoerassen en oeverbossen. Ten westen van Lake Mburo bevindt zich het Rubanga Forest. Dit is een stuk oorspronkelijk oerwoud met een nog intacte boomlaag (vegetatielaag bestaande uit de kruinen van bomen).

De zoogdieren in Lake Mburo National Park

Lake Mburo National Park heeft geen olifanten binnen haar grenzen. Dit verklaart het feit dat een deel van het nationale park zo dicht begroeid is met verschillende acaciasoorten en struiken. In gebieden met olifanten verandert het landschap voortdurend. De olifanten vernielen de vegetatie door bomen en struiken te ontwortelen en (deels) op te eten.

Lake Mburo National Park is het enige nationale park in Oeganda waar impala’s leven. Dit zijn ranke antilopen die in de verte wel wat op Oegandese kobs lijken. Ze zijn echter slanker en kleiner en hebben en dunnere en langere liervormige horens. Vooral de oudere bokken kunnen imposante ‘lieren’ hebben. Een ander dier dat maar zelden te zien is in de nationale parken van Oeganda is de Burchell zebra of steppezebra. Naast Lake Mburo National Park, vindt u deze paardachtige alleen in Kidepo Valley National Park en Pian Upe WR (in zeer klein aantal).

Een derde dier dat schaars in Oeganda voorkomt, maar wel te zien is in Lake Mburo National Park is de elandantilope. Dit is de op één na grootste antilopensoort van Afrika – de grootste antilopensoort is de reuzenelandantilope. Meer algemene zoogdieren zijn nijlpaard, wrattenzwijn, kafferbuffel, defassa waterbok, bosbok, oribi, bohorrietbok, gewone duiker en topi. De primaten zijn wat ondervertegenwoordigd, zeker in relatie tot de andere nationale parken. In Lake Mburo National Park kunt u alleen groene baviaan en groene meerkat tegenkomen. ’s Nachts heeft u kans op de Senegalgalago, een halfaap.

Roofdieren

Van de grote roofdieren zijn luipaard, gestreepte jakhals en gevlekte hyena aanwezig, zij het in klein aantal. De leeuw maakte zijn rentree in 2008 en leeft inmiddels weer in een klein aantal in Lake Mburo National Park. Men vermoedt dat ze afkomstig zijn uit Akagera National Park in Rwanda. Ook kleinere roofdieren komen voor in het park, zoals mangoesten en genetkatten. Omdat deze dieren vaak in de schemering en nacht actief zijn, heeft u iets meer geluk nodig om ze te zien. In de meren, moerassen en rivieren leven, uiteraard, nijlkrokodillen.

De vogels

In Lake Mburo National Park zijn ongeveer 350 vogelsoorten waargenomen. Eén tot de verbeelding van veel vogelaars sprekende vogel is de schoenbekooievaar. Een andere vogel die bij vogelaars op de verlanglijst staat is de watertrapper, een ongeveer 66 cm grote vogel met een knalrode snavel en knalrode poten. De vogel lijkt wel wat op een kruising van fuut en aalscholver, maar ligt dieper in het water. Lake Mburo National Park is één van de beste plekken om watertrappers te zien. Tijdens een boottocht op Lake Mburo heeft u grote kans om deze wonderlijke vogel waar te nemen, maar ook kans om een zeer verborgen reigerachtige te zien, de witrugkwak. Deze vogel manoeuvreert behendig door de laaghangende takken boven het meer. Misschien heeft u iets meer geluk nodig, maar de kans dat u ze ziet, is zeker aanwezig.

Een meer algemene soort als de Afrikaanse zeearend is rijkelijk vertegenwoordigd in het waterrijke Lake Mburo National Park. Langs en op het water vindt u ook bonte ijsvogel en malachietijsvogel, hamerkop, Afrikaanse waterral, zwartkopreiger en andere reigersoorten. In de papyrusmoerassen kunt u zeldzame soorten als de papyrusfiskaal en witvleugelstruikzanger tegenkomen, maar ook de papyruskanarie en geelbuikrietzanger. Andere soorten die u in de papyrusmoerassen kunt vinden zijn rietwever, moerasvliegenvanger, monniksspoorkoekoek, blauwborstbijeneter en sierhoningzuiger.

Hou bij een bezoek aan Lake Mburo National Park gewoon oren en ogen open, want door het gevarieerde landschap met haar moerassen, waterlopen, savanne en acaciabosland valt er veel waar te nemen.

Scroll naar top