Bwindi Impenetrable National Park

Gelegen in het zuidwesten van Uganda, op de rand van de Albertine Rift Valley en tegen de grens met DR Congo, ligt één van de laatste toevluchtsoorden van de berggorilla: Bwindi Impenetrable National Park. Het is een nationaal park met een duister verleden. Om dit duidelijk te maken, bestaat de naam voor het park uit twee woorden met dezelfde betekenis: het lokale Lukiga woord ‘Bwindi’ en het Engelse woord ‘Impenetrable’. Beide betekenen: ondoordringbaar.

In 1942 werd het Impenetrable Forest Reserve opgericht. In 1992 kreeg het gebied de status van nationaal park en heette vanaf die tijd Bwindi Impenetrable National Park. Vanwege de unieke status van het park werd het park in 1994 erkend als World Heritage Site. Het gebied is 331 km2 groot en één van de oudste en soortenrijkste regenwouden van Afrika. Bwindi is ongeveer 25.000 jaar oud en herbergt een enorme diversiteit aan flora en fauna. Om u een idee te geven:

  • Meer dan 220 boomsoorten.
  • Meer dan 100 soorten varens.
  • Circa 120 zoogdiersoorten, waaronder 11 primatensoorten.
  • Circa 350 waargenomen vogelsoorten, waarvan er 23 alleen in de Albertine Rift Valley voorkomen.
  • 14 soorten hagedissen.
  • 14 soorten slangen.
  • 28 soorten amfibieën.
  • Meer dan 200 vlindersoorten, waarvan er 8 alleen voorkomen in de Albertine Rift Valley.
  • Een onbekend aantal andere insecten.
  • Naar alle waarschijnlijkheid een grote hoeveelheid planten en dieren die nog niet beschreven zijn.

Maar uiteraard kennen de meeste mensen Bwindi Impenetrable National Park als het gebied waar de berggorilla, of meer specifieker, de Bwindigorilla leeft én bezocht kan worden.

Video: Uganda Tourism Board
Video: Uganda Tourism Board

De legende van Bwindi Impenetrable National Park

Ongeveer 100 jaar geleden vluchtte een gezin uit Rwanda naar Oeganda om daar een nieuw leven op te bouwen. Bij een poging het oerwoud te doorkruisen, kwamen de ouders en hun kinderen aan de rand van een groot ondoordringbaar moeras dat hen de doorgang belemmerde. De geesten die het moeras bewoonden, wilden het gezin wel helpen op één voorwaarde: in ruil voor een veilige doortocht door het moeras wilden zij de mooie dochter hebben. Na twee dagen van nadenken kwamen de ouders tot een besluit en wierpen hun dochter in het moeras. Veilig bereikten zij de overkant en bouwden een nieuw leven op in Oeganda.

Al gauw verspreidde het verhaal zich door de streek en de mensen begonnen het oerwoud en met name het moeras te mijden. Ze noemden de plek Mubwindi bwa Nnyinamukari. Het ondoordringbare duistere moeras van Nnyinamukari (de naam van het meisje).

Eiland in een moderne wereld

Bwindi Impenetrable National Park vormde in het verre verleden één aangesloten geheel met het regenwoud van het Virungamassief. Door de komst van de mens en het steeds vaker kappen van het oerwoud ten behoeve van de landbouw, ontstond er vanaf zo’n 500 jaar geleden een ongeveer 25 km breed gat tussen Bwindi en de rest van het oerwoud in DR Congo, Rwanda en het uiterste zuiden van Oeganda. Hierdoor is Bwindi nu een ‘eiland’ geworden, te midden van een nog steeds uitdijende bevolking.

Eén van de gevolgen van de afscheiding was dat de berggorilla, die tot dan toe als één ondersoort van de oostelijke gorilla werd beschouwd, zich in beide regenwouden anders ging ontwikkelen. Tegenwoordig spreekt men steeds vaker over de Bwindigorilla en de Virungagorilla, naar de gebieden waar zij voorkomen.

Hoewel Bwindi Impenetrable National Park goed beschermd wordt, is het een zeer kwetsbaar gebied. Er zal ook in de toekomst van alles gedaan moeten worden om dit unieke regenwoud met haar vaak unieke bewoners te beschermen en voort te laten bestaan.

Het landschap van Bwindi Impenetrable National Park

De hoogte in het park varieert van 1.160 m tot 2.607 m. Het hoogste punt is de Rwamunyonyiberg in het zuidoostelijke gedeelte van het park. Het park bestaat afwisselend uit steile bergruggen en diepe valleien. Ongeveer 2 km2 is plat: het Mubwindi en Ngoto moeras.

Het primaire regenwoud bestaat uit zowel laaglandregenwoud als bergregenwoud. Het park kent zoals al aangegeven meer dan 220 boomsoorten – dit is meer dan 50% van alle boomsoorten in Oeganda! Op sommige plekken is het gebied door de weelderige vegetatie ondoordringbaar.

Ongeveer 5 km2 van het park is begroeid met bamboe. Dit bamboebos bevindt zich in het hoogste gedeelte van het park op ongeveer 2.500 m.

De dierenwereld van Bwindi Impenetrable National Park

De hoeveelheid dieren in Bwindi Impenetrable National Park is indrukwekkend. Toch valt het niet mee om deze dieren te zien te krijgen. Er zijn zo ongelofelijk veel schuilmogelijkheden, dat de dieren volledig in hun omgeving opgaan en ‘onzichtbaar’ zijn. Een groot dier als de bosolifant die in een populatie van ongeveer 30 dieren voorkomt in het zuidelijk gedeelte van het park, wordt maar zelden gezien. De bosolifant heeft een iets korter lontje dan de grotere savanneolifant. Vandaar dat de rangers er normaal gesproken niet zo happig op zijn om bosolifanten te gaan speuren. De AK47 die ze bij zich hebben is niet voor de sier, maar vooral om in geval van nood in de lucht te schieten om de dieren te verjagen.

Reuzenboszwijn en boszwijn vertegenwoordigen de varkensfamilie in Bwindi Impenetrable National Park. Van de antilopen zijn de bosbok, Peters duiker en geelrugduiker in het park aanwezig. De kafferbuffel is door stroperij uitgeroeid. Van de roofdieren is het luipaard eveneens door stroperij uitgeroeid. De Afrikaanse goudkat, genetkat en civetkat komen in het park voor, maar de kans om deze dieren te zien, vergt een behoorlijk hoeveelheid geluk. Van de hondachtigen is de gestreepte jakhals aanwezig. In de rivieren leeft de Kaapse otter.

In het oerwoud leeft ook een behoorlijk aantal kleinere zoogdieren, zoals de endemische roodvoetige zonne-eekhoorn en Rwenzori zonne-eekhoorn. Ook kunt u ’s nachts 16 vleermuissoorten waarnemen van wie sommige nog geen Nederlandse naam hebben. Wilt u nog meer zien? Dan kunt u ook nog op zoek naar 16 insectenetersoorten waaronder de endemische Rwenzori otterspitsmuis en 39 knaagdiersoorten. Kaapse hazen kunt u vinden in open stukken met gras, terwijl de boomklipdas vooral ’s nachts actief is.

Primaten

De primaten zijn rijkelijk aanwezig. Naast de al eerder genoemde Bwindigorilla leeft er nog een mensaap binnen de grenzen van Bwindi Impenetrable National Park: de chimpansee. Diadeemmeerkat, roodstaartmeerkat, bergmeerkat, oostelijke franjeaap en groene baviaan horen tot de in Bwindi voorkomende kleinere primaten. De zilvermeerkat en Schoutedens diadeemmeerkat zijn ondersoorten van de diadeemmeerkat en eveneens in het nationale park te vinden. Van de nachtapen zijn potto, dwerggalago en kielnagelgalago in Bwindi aanwezig.

Vogels

Net als het zien van zoogdieren, is het waarnemen van vogels in Bwindi Impenetrable National Park een uitdaging. De beste tijd is ’s ochtends vroeg. In met name de ‘natte’ maanden zijn de vogels actiever, omdat dan veel soorten broeden. Dit betekent dat de mannetjes volop zingen om enerzijds hun territorium af te bakenen en anderzijds vrouwtjes te lokken. Vooral vogels die in de ondergroei leven, zoals de Tanganjika lijster, het sterrenpaapje en de Jacksons akalat, zijn lastig te zien, ook in de broedtijd. Het is vaak beter om een tijdje op één plek te blijven en goed te luisteren en te kijken, dan steeds rond te lopen. Zoek het liefst een open stuk waar u ook zicht hebt op de boomkruinen. Er vliegt altijd wel iets voorbij of er begint wel een vogel te zingen.

Van de 350 waargenomen soorten zijn er ongeveer 180 echte oerwoudvogels. Om deze en andere vogels te spotten hoeft u niet per se binnen de grenzen van het nationale park te zijn. Ook langs de rand van het park, op de openbare weg, kunt u uw soortenlijst al aardig vol krijgen. Let wel op het verkeer!

Habarireizigers die in Gorilla Valley Lodge verblijven, kunnen zittend op de veranda goed vogels kijken. Een vorm van ‘lazy’ birding. Onder het genot van een koud drankje of een lekker kopje koffie ziet u in korte tijd van alles voorbij komen. Maak ook eens een wandeling in de buurt van Gorilla Valley Lodge, u zult er genoeg vogels vinden.

Overige dieren

Naast zoogdieren en vogels leven er uiteraard nog veel meer dieren in Bwindi Impenetrable National Park. Reptielen, amfibieën, spinnen en insecten, waaronder heel veel vlinders. Een endemisch reptielensoort die u bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan Bwindi kunt tegenkomen, is de Oostafrikaanse driehoornkameleon. Bij deze kameleonsoort draagt alleen het mannetje drie kophoorns. Amfibieën als padden en kikkers kunt u vinden in de onderlaag van het regenwoud. Overal vindt u poeltjes en stroompjes. Neem eens de tijd om de omgeving van een poeltje af te speuren op zoek naar amfibieën. Veel amfibieën leven ’s nachts en maken dan enorm veel geluid om partners aan te trekken. Het is verbazingwekkend hoe hard het geluid is dat deze vaak kleine dieren produceren.

Om vlinders te zien, moet u de zonnige plekken in het regenwoud opzoeken. En dan bij voorkeur plekken waar wilde dieren hun behoefte hebben gedaan. Ze zuigen de mineralen en zouten op die samen met de ontlasting uitgescheiden worden. Als u erg zweet, bestaat de kans dat er vlinders op uw hoofd of andere ontblote lichaamsdelen landen om zweet op te zuigen.

Inmiddels zijn er al meer dan 200 vlindersoorten ontdekt en de teller loopt nog steeds door.

Met een beetje geluk ziet u misschien wel de African Giant Swallowtail (Papilio antimachus). Dit is een vlindersoort met een spanwijdte tussen 180 en 230 mm. Deze vlinder heeft geen vijanden: hij geldt als de giftigste vlinder ter wereld! Ondanks de afwezigheid van vijanden is deze soort helaas bedreigd.

Scroll naar top