24 juni – 12 juli 2008
Door Karin Schlimme
Dinsdag 24 juni
Na een rustige vlucht met KLM van 8 uur in het aardeduister geland op Entebbe Airport. Nergens een lichtje te zien voor ons passagiers, waardoor de landing nogal onverwacht kwam, wat even schrikken was! Onderweg lang gevlogen boven de Libische woestijn en de Sahara; het zicht was prachtig helder met behoorlijk schel licht. Wat een leeg, uitgestrekt gebied! Op het vliegveld lag een prachtige, glimmende vloer, die echter volledig bedekt werd door dode, grote insecten! This is Africa! Er stonden diverse lange rijen voor de douane en het was niet helemaal duidelijk welke je moest hebben om een visum te kopen, dus we kozen steeds een andere, met als resultaat dat we zo ongeveer als laatste aan de beurt waren! Na de douane konden we onze US dollars of euro’s wisselen voor Ugandese shillingen; ik heb 400 euro gewisseld en was rond de 840.000 shilling rijker. We werden opgehaald door Isma, een grote Ugandese knuffelbeer die ook onze chauffeur voor de volgende 3 weken zou zijn.
Aangekomen bij het Airport Guesthouse werden we ontvangen door Mark en Fieke, de Nederlandse managers alhier. Het hotel ligt vlak bij het vliegveld, maar heerlijk rustig in een mooie tuin vol bomen en bloemen, 2 honden en een aantal parelhoentjes. We kregen een welkomstdrankje en een handje van iedereen, ook van het voltallige personeel. Dat is even wennen, maar wel leuk. Bij een briefing aan de houten tuintafel, romantisch verlicht door een olielamp, hoorden we dat er op de route 2 bruggen waren ingestort en dat de boot in Murchison lek was en we dus niet konden varen. Tja, een beetje aanpassen moet je wel kunnen hier.
Kennis gemaakt met onze 2 andere reisgenoten (in totaal een groep van 4!) en lekker gaan slapen onder de klamboe.
Woensdag 25 juni
Vandaag de route Entebbe-Murchison Falls. Voor we echt konden vertrekken zaten we lang vast in de traffic jam van Kampala, een grote, vreselijk drukke, stinkende stad. Een echte mierenhoop. Wat opvalt zijn de bananen; overal zie je ze aan grote trossen. Van de meeste wordt Matoke gemaakt, een soort stijve bananenpuree, die gegeten wordt met een sausje. Klinkt lekker, maar is het niet echt! Verder de brommer- en fietstaxi’s, waarmee je waarschijnlijk het snelst door de puinhoop heen komt. Ons eerste dier was een grote maraboe, die op een vuilnishoop zat.
De mensen houden er niet van als je ze vanuit de auto op de foto zet en er werd dan ook verscheidene keren een steen naar ons gegooid. Onze grote 9-persoons Landcruiser kon hier wel tegen, maar leuk is anders.
Eenmaal uit de stad kwamen we in een prachtig groen tropisch landschap, de asfaltweg met kuilen en gaten had plaats gemaakt voor een zandweg (murram weg) met kuilen, gaten en stenen en we hebben de hele dag van links naar rechts over de weg geslalomd om nog een beetje redelijk te kunnen rijden. De (weinige) tegenliggers deden dat ook, wat een grappig gezicht is, al die slingerende auto’s. Het verkeer houdt hier links.
Onderweg zie je hoe de mensen hier wonen, in ronde lemen negerhutjes met rieten puntdakjes. Auto’s zijn er dus weinig en de mensen lopen hier allemaal, hele afstanden en met zware spullen op hun hoofd; waterjerrycans, takkenbossen, grote verpakkingen houtskool, stapels doeken, manden met eten etc. Sommige gelukkigen hebben een fiets, waar ongelofelijke hoeveelheden bananentrossen mee vervoerd worden Een enkeling heeft een brommer en dat zijn meestal showboys met hippe zonnebril. De vrouwen zien er prachtig kleurrijk uit, de een nog mooier dan de ander. Het zijn mooie mensen met regelmatige, gladde gezichten; ze lijken goed gezond. Er wordt ook overal eten verbouwd en ze hebben koeien met enorme horens voor het vlees, ook wel Hollandse koeien voor de melk, geiten en soms schapen. Honden liggen vaak dood (aangereden) langs de weg, hier wordt niet om gegeven.
Het land hangt aan elkaar van de scholen, colleges en universities en overal dragen de leerlingen schooluniformen. Ze zijn ook erg gelovig, want alles heeft een naam gerelateerd aan de bijbel. Heel soms zie je ook wel moslims. Onderweg gelunched: pannenkoek met kaasommelet 1 euro, ½ liter water 40 cent. Onderweg al behoorlijk wat dieren gezien: pelikanen in een boom, een long crested eagle, bavianen, wrattenzwijnen, parelhoenen. Tijdens een wandeling chimpansees. Overal zie je termietenheuvels.
De aankomst bij onze accommodatie in Murchison Falls was een kleine teleurstelling: ipv een comfortabele lodge hadden we een vrij primitieve banda, een kloostercelletje van 2x3 m, op een camping. Toilet en 2 koude douches in het morsige toiletgebouwtje. Het eten is vrij eenvoudig maar goed: een groot bord rijst of aardappelpuree met een prutje erbij.
Wel leuk: op de camping wonen een aantal warthogs (wrattenzwijnen).
Bij gebrek aan een eigen toilet en met een nijlpaard op de camping ’s nachts het plasje maar naast het huisje gedaan! Rond 11 uur wordt de elektriciteit afgesloten en moet je je redden met je zaklantaarn en een kerstboomkaarsje in het huisje.
De temperatuur is gelukkig vrij hoog en ook ’s nachts wordt het niet koud, maar koelt het aangenaam af.
Donderdag 26 juni
Om half 7 zonder ontbijt weg voor een game drive. Het aankleden was even wennen en een vreselijk gedoe zonder licht. Geen WC, de zaklantaarn zat al in de koffer en die zat op slot met een cijfercode. Het kerstboomkaarsje bracht uitkomst; gelukkig lagen er lucifers!
De motor van de auto wil niet altijd starten, Isma besteedt uren aan het sleutelen als wij een rustmoment op de camping hebben. Uiteindelijk doet hij het wel weer. Tijdens het wachten op vertrek van de pont over de Nijl werden we getrakteerd op een prachtige zonsopkomst. Hier heb ik mijn eerste nijlpaarden gezien!
We werden aan de overkant gelijk erg verwend en dit hebben we allemaal gezien: (Zoog)dieren: olifanten, nijlpaarden, een leeuw (m), giraffen, warthogs, waterbuffels, oribi’s, krokodillen (geen zoogdier), Uganda kobs, Cokes hartebeest, jakhals, grondeekhoorn, bavianen, bushbuck en waarschijnlijk nog meer. Vogels: visarend, parelhoenen, zilverreigers, slangehalsvogel, palm nut vulture, grey hornbill, abessinian ground hornbill, northern red bisshop, red billed quelea, pied kingfisher, red throated bee-eater, spur-winged plover, grey crowned crane, spur winged goose, purple heron, egret, african darter, marabou. Ik zal er best een paar vergeten, maar voor de liefhebbers is er genoeg te genieten!
We kregen een gids mee in de auto; Isma weet heel veel, maar moet rijden en zo’n gids kan beter om zich heenkijken. Ook de whisteling acasia kwam veel voor: vol bolletjes met insecten/larven die de giraffen tegenhouden, die graag acasia eten! De meeste mensen schijnen voornamelijk geïnteresseerd te zijn in het grote wild, maar ik vind alles leuk, zelfs de wrattenzwijnen!
In de middag hebben we een boottocht gemaakt naar de Murchison Falls. Erg mooi en weer veel dieren gezien. Mijn darmen spelen nu al op! Bestreden met Imodium.
Vrijdag 27 juni
De boot voor de tocht naar het moerasgebied van de Nijldelta is kapot, dat wisten we al, maar het is toch jammer. Geen shoebill stork dus, die heel hoog op mijn lijstje stond. Vannacht woedde er hevig noodweer buiten, maar de ochtend kwam met mooi vogelgezang en veel getjirp. Weer heel vroeg op en met een nuchtere maag om 6.45 uur, na het aanduwen van de auto door een stel behulpzame heren, weer vertrokken voor een gamedrive ter vervanging van de boottocht. Isma wist van mijn wens een shoebill te zien en op een gegeven moment kreeg hij een bericht op zijn mobieltje, waarop hij richting moeras scheurde. En ja hoor, daar zat ie! Weliswaar op een behoorlijke afstand, maar met behulp van mijn telelens was ie toch goed te zien en redelijk te fotograferen! Mijn dag was natuurlijk helemaal goed, ook al vloog ie na een tijdje weg!
De oogst van vandaag: giraffen, veel buffels (die je zo leuk aankijken, maar heel gevaarlijk zijn), Uganda kobs, kudde olifanten met kleintjes, Patas monkey, Waterbuck, Oribi, grondeekhoorn en natuurlijk de warthogs, die als ze schrikken wegrennen met hun staartjes recht omhoog. Vogels: kraanvogels, palm nut vulture, African wattled plover, hamerkop, saddle billed stork, Woolly necked stork, African open-billed stork, glossy ibis, guinea fowls (parelhoenen), Red bishop, ground hornbill, grey hornbill (erg leuk om te zien, al die grote vogels).
’s Middags een wandeling gemaakt naar de Falls met een gids. Het regende en ook was het geitenpaadje wat te griezelig voor een aantal mensen, maar het uitzicht was schitterend en het geraas van de twee watervallen oorverdovend!
Overal en altijd hier in Uganda hoor je het geluid van een of andere duif, die de hele dag toetert: toet-toet-toet-toet-toet. Soms mag ie van mij zijn mond houden!
Zaterdg 28 juni
Na weer een vreselijk noodweer vannacht, waarbij je bijna uit je bed werd geblazen door de tegen elkaar openstaande ramen met glazen lamellen, vertrek om half 7. Dan is het net licht. Isma had iets aan de accu gedaan en nu zou de auto het goed gaan doen, beloofde hij. Inderdaad, hij startte na enige aarzeling! Ik mag graag in de auto zitten en het landschap aan me voorbij laten trekken; je hoeft lekker niet zelf te rijden en Isma is een prima chauffeur, dus je kunt je helemaal concentreren op het schitterende uitzicht: je ziet hier dat het Afrika Museum in Berg en Dal de werkelijkheid goed benadert! Overal lemen hutjes met rieten dakjes, dieprode murramwegen (door het ijzer in de grond), geflankeerd door prachtig groene jungle, wandelende en fietsende mensen waarvan de vrouwen heel kleurrijk zijn gekleed, met allerlei spullen op het hoofd. Daarmee zien ze kans om zich ook nog elegant te bewegen! Dat alles gevoegd bij een strakblauwe lucht maakt het plaatje compleet!
Onder oorverdovend gerammel van onze landcruiser hotsebotsen we al slalommend over de zandwegen vol gaten, hobbels en stenen. De schaarse tegenliggers doen dat ook, wat voor een grappig effect zorgt. Soms komt er iemand recht op je af, maar iedereen wijkt net op tijd weer uit. En onze neus is zo’n 1,5 meter lang, dus je waant je wel veilig!
Onderweg komen we bavianen tegen, colobus apen, blue velvet apen, kraanvogels, varkentjes en tijdenlang verschrikt voor de auto uitrennende parelhoenen. Ik ben steeds bang dat Isma er overeen rijdt, maar dat gebeurt gelukkig nooit! Onze Isma houdt van opschieten en rijdt op topsnelheid overal langs en door dorpjes heen, grote stofwolken over iedereen heenstrooiend. Mens en dier moeten zelf maar zien hun vege lijf te redden! Alles went, ook dit, maar (heel slecht van mij) soms werkt het toch wel op je lachspieren!
Later maken de hutjes langzamerhand plaats voor lemen huisjes. Onderweg zien we veel bananenplantages, enorme mangobomen, papyrus en theeplantages. Niet verwacht hier, die thee! Kinderen zwaaien wel, maar volwassenen en zeker de mannen, kijken niet vriendelijk. Toen ik een plant aanraakte onderweg, werd er zelfs een erg boos en zei me dat ik moest oprotten (daar kwam het op neer). Om half 10 ontbijt genuttigd in Hoima in een kaal locaal tentje. Ze hadden alleen omelet, taai zoetig witbrood en nescafé of thee met melk die zo te proeven recht van de koe kwam. Niet goed voor de darmpjes, dus mezelf maar gedwongen tot een cola (iets ergers kan ik me niet bedenken maar het schijnt goed te werken ter bescherming van de ingewanden in de tropen). In Fort Portal nog een keer gelunched, waar we ook locaal eten konden krijgen: matoke (een harde bonk bananenpuree) met ground nut sauce of een vleessausje, millet (soort paarse pap van graanstruik) en nog wat. Dit was ook gelijk de laatste keer dat we in aanraking kwamen met inheems eten; de rest was allemaal gewoon westers.
Om half 6 een enorme verrassing: het Kibale Forrest Camp, gelegen diep in het oerwoud, helemaal geïsoleerd. Een paradijsje. Een aantal mannen stonden ons op te wachten, netjes identiek gekleed, met een geurend nat handdoekje en een vruchtensapje. Boven onze hoofden sprongen er Black and white colobus monkeys door de bomen en zat de Great blue toraco te fluiten. We waren de enige gasten. Ieder had een eigen “tent” (meer een bungalowtje, maar het was een echte tent), onder een rieten dak, met een slaapkamer, bush-WC, douche en wasruimte. Ook een eigen veranda met zitje. Onvoorstelbaar leuk. Je kon je warme douche bestellen op een voor jou geschikte tijd, dan kwamen de heren met een jerrycan met water dat heerlijk op temperatuur was en vulden je douche-jerrycan daarmee. Via een slang kon je dan douchen in je tent! Ze wachtten tot je klaar was en vroegen of je nog meer wilde! In de wasruimte stond een soort ijzeren ketel met koud water om je handen te wassen, maar ook 2 thermosflessen met warm en koud drinkwater om je tanden te poetsen!
Zeep en handdoeken aanwezig! In het bush-WCtje moest je een schep zand gooien na gebruik! Als je iemand nodig had, kon je op een fluitje blazen, dan kwam je persoonlijke bediende!
Bij het open restaurant werd een kampvuur gemaakt waar we eerst ons aperitiefje konden drinken en het viergangenmenu, bereid op een houtskoolvuurtje, was hemels lekker. En dat midden in het oerwoud:
Kunstig gesneden halve avocado met tonijnsalade, pompoensoep met vers warm broodje, tilapiafilet met frites, groente en salade en Apple crumble met warme custard na!
Kosten: ongeveer 10 euro, excl. de wijn van 2 euro per glas.
De leiding en bediening van Michael is de hele vakantie nog vaak ter sprake gekomen! Op ons aanraden werd de witte wijn in de ijskast gezet ipv warm geschonken, dus dat was ook weer geregeld!
’s Avonds werden overal olielampjes aangestoken in de jungle, om de weg naar je tent terug te kunnen vinden.
Het koelde flink af ’s nachts, maar bij het vuur was het nog goed zitten.
Hier wil ik niet meer weg, laat me hier maar achter. Je eigen “Out of Africa’ (maar nog even niet!).
Mijn vieze Teva-slippers werden keurig gewassen (helemaal onder de rode stof), we mochten onze wensen voor het ontbijt kenbaar maken, we konden een wake-up call krijgen en thee of koffie op bed. Om 22.45 ging het elektrisch licht uit. Ook hier ontbreekt de toeterduif niet!
Zondag 29 juni
Na een heel koude nacht, maar onder een dikke sprei heerlijk warm, wake up call om 6.15 met kopje thee met melk en koekjes. Heerlijk, een eigen WCtje (waar een mens toch gelukkig mee kan zijn)!
We zouden moeten verkassen naar een ander onderkomen voor één nachtje, maar hiertegen hebben we geprotesteerd. We wilden hier niet weg. “Mr. Bart” (eigenaar van Habari Travel) werd om toestemming gevraagd en we mochten nog een nachtje hier blijven. Er kwamen toch geen andere gasten. We zouden eerst een chimp-walk doen, maar die zat vol, dus gingen we eerst voor de moeraswandeling. Dit was een schitterende tocht door een stuk jungle en het Bogodi moeras.
Gezien: Red cheeked monkey, Red tailed monkey, Grey-cheeked Mangabey, bavianen, grijze roodstaart, Great blue toraco, cacao, koffie, millet en g-nut, papyrus en nog veel meer moois.
Na weer een overheerlijke lunch bij Michael op naar de chimp-walk. Die was vreselijk zwaar omdat we op redelijke snelheid dwars door het bos moesten lopen over takken en wortels en door doornstruiken, terwijl het geluid van de chimpansees steeds ergens anders vandaan kwam. Geen makkelijke opgave met een zwakke knie en recent verstuikte enkel.
Uiteindelijk wel een chimpansee-ouderpaar met jong van redelijk dichtbij rustig kunnen bekijken.
Hier was een klein aanbod van souvenirs, gemaakt door de plaatselijke vrouwen. Heel erg goedkoop is het niet eens, maar je kunt wel afdingen.
Daarna was het heerlijk “thuiskomen” bij Michael, waar we weer geweldig in de watten werden gelegd. Gelukkig werkte het weer mee en bleef het de hele dag droog. Onze mobiel had hier maar beperkt bereik; KPN helemaal niet.
Maandag 30 juni
Een dezer dagen ben ik venijnig in mijn hoofd gebeten door een of ander insect, maar daar heb ik verder geen acht op geslagen. Wel is er een bultje verschenen, wat eigenlijk niet voelt als een muggenbult.
Vanmorgen om 6.15 thee met koekjes op bed; het is nog donker. Om 4 uur was ik al wakker en hoorde toen boven de buurtent een indrukwekkend gebrul door de stille nacht; het leek op het gebrul van een kikker van olifantsformaat. Ergens in de verte kwam een zelfde antwoord terug. Volgens Michael was het een colobus monkey! Rond een uur of 6 breekt er bovendien een hels kabaal los wat lijkt op het snateren van een kolonie eenden. Zullen ook wel apen zijn! Erg leuk allemaal!
Tot onze spijt moesten we dit plekje al weer verlaten.
Onderweg waren we er getuige van dat een hond vol werd overreden. Niemand schenkt daar enige aandacht aan en je ziet ze ook overal liggen, dood. Vreselijk, dat zijn wij niet gewend……
Na een wat saaie rit over een asfaltweg langs allemaal akkergrond zijn we vandaag de evenaar gepasseerd, op weg naar Queen Elisabeth National Park. Daar werd verder geen aandacht aan besteed, terwijl je wel leest over een proefje met water dat aan beide zijden een andere kant opdraait. Jammer, maar we hebben alleen een foto van de markering gemaakt.
Om 13.00 uur kwamen we aan bij de Mweya Lodge, schitterend gelegen op de top van een schiereiland in Kazinga channel, dat de verbinding vormt tussen Lake Edward en Lake George. Vandaar heb je een prachtig uitzicht over het water en de grazende buffels, nijlpaarden en olifanten aan de overkant (op enige afstand). Het landschap is nu echt veranderd; geen jungle meer, maar savanne.
Mweye Lodge is luxe alom. Een echte eigen douche en WC, uitzicht op het water, prachtige hal, lounge en restaurant met buitenterrassen met binnen mooie beelden van dieren. Maar eigenlijk ook net zoals luxe hotels overal ter wereld zijn, prachtig, maar toch in principe hetzelfde. Geen thee op bed, geen mannetjes die je vragen wanneer ze je warme douche zullen brengen, ’s avonds niet heerlijk buiten eten maar binnen in een gekoeld restaurant. Geen Michael, geen apen en vogels in de bomen, helemaal geen bomen! Ik mis het een beetje!
Vanmiddag game drive met gids Robert. Eerst geen dier te zien, alleen een dode buffel en héél veel euphorbia’s. Men werd al wat chagrijnig, tot Bram ineens een moederleeuw zag met een pas gevangen wrattenzwijntje in zijn bek. Op mijn “ach goh” werd met enig gehoon gereageerd, want dat was “de natuur”. Ja, maar toch niet leuk om te zien. Enfin, we volgden de leeuw en zagen dat ze het zwijntje naar haar 4 welpjes bracht. Toen ging ze uitgebreid liggen uitpuffen. Ons werd verteld dat eenzame buffels “outcasts” zijn, altijd oude mannetjes die door de groep zijn verstoten. Ze worden daarna een makkelijke prooi voor de leeuwen. Tja, ook de natuur.
In de schemering zagen we op de weg voor ons een andere auto staan en die gebaarden naar ons om op te letten. En daar zagen we het luipaard; het kwam uit de struikjes langs de weg te voorschijn, liep uitgebreid te paraderen, ging weer terug maar bedacht zich en liet zich weer zien. We hebben alle gelegenheid gehad om hem goed te bekijken en te fotograferen, natuurlijk wel een hoogtepunt in de reis!
Verder onderweg nog gezien de Red necked spurfowl, African wattled plover, Collared Pratincole, White browed coucal en rond het hotel wrattenzwijnen en heel veel mongoosen. Die zien er schattig uit en maken met z’n allen de huid van de wrattenzwijntjes schoon!
In dit hotel is eindelijk een souvenirshop, waar we leuke dingen konden aanschaffen voor het thuisfront en voor onszelf. Maar we zouden nog veel mooiere spullen tegenkomen in Kisoro volgens iemand, dus we kochten niet te veel!
Dinsdag 1 juli
Wake-up call om 5.15 uur. Ik voel me nog steeds niet toppie. Om 6.15 thee of koffie met een cakeje, daarna weer een game-drive. De zon kwam heel mooi op. Isma zet tegenwoordig de auto steeds zó neer, dat hij bij vertrek van een heuveltje afrolt, zodat hij de motor in zijn 2e versnelling kan laten starten. Want dat doet hij nog steeds niet vanzelf! We hadden weer gids Robert; deze plaatselijke gidsen weten heel veel over alles wat we zien, maar zijn soms moeilijk te verstaan. Dit hebben we o.a. gezien (voor de liefhebbers): buffels, leeuw die een buffel soldaat gemaakt had en dat grote zware beest zonder enige moeite versleepte terwijl de rest van de groep op een afstandje toekeek, spotted hyena, waterbucks, Uganda kobs, warthogs, African white-backed vulture, Grey heron, Palm nut vulture, Honey buzzard, Martial eagle, Long crested eagle, Black-shouldered kite, Blue-naped mousebird, Grey-backed Fiscal shrike. Dus weer heel veel geluk gehad!
De boottocht in de middag over het Kazinga channel was boven verwachting, zoveel hebben we gezien! Visarenden, kingfishers, 2 soorten pelikanen, hamerkop, allerlei soorten reigers, maraboes, Yellow-billed stork, Saddle-billed stork, Open-billed stork, aalscholvers, een zich heerlijk badende en wassende olifant en natuurlijk veel nijlpaarden. Dat blijft een leuk gezicht. We passeerden ook een vissersdorpje en zagen de vissers uitvaren naar Lake George in hun kleine bootjes, waarbij ze alleen peddels hebben. Maar ook veel spieren, want ze vliegen vooruit!
Op onze weg terug naar Mweya zagen we een kudde olifanten met kleintjes langs de weg. Toen we te dichtbij kwamen en te lang bleven kijken, stapten de moeders dreigend op ons af. We waren op hoogstens 4m afstand en het was “very dangerous” volgens Isma, die de motor dan flink liet loeien om de olifanten weg te houden. Toch was ik er niet helemaal gerust op! Gelukkig sloeg de motor nooit vanzelf af………
Hierna moesten we nog verkassen en wel naar de Kingfisher Lodge, schitterend hoog gelegen tegen een berghelling aan de rand van de Riftvallei. Vanuit de Lodge heb je een prachtig uitzicht op de vallei en als je geluk hebt kun je ’s morgens hier de olifanten zien. Maar dat hadden we niet. De lodge bestond uit allemaal “negerhutjes”, van alle gemakken voorzien, dit alles omgeven door een prachtige tuin met ook schitterend uitzicht. Zelfs vanuit het zwembad kun je over de vlakte uitkijken.
Niet iedereen was blij met deze accommodatie; voor mensen met hoogtevrees waren sommige hutjes geen optie, want de paadjes er naartoe liepen te dicht langs de afgrond. Maar ze kregen zonder problemen een ander hutje. Ook de manier van het eten opdienen (voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht kwamen bijna gelijkertijd) en de smaak, alsmede de bediening konden niet de goedkeuring van iedereen wegdragen. Maar ja, ook hier geldt: “this is Africa”.
Woensdag 2 juli
Half 8 ontbijt na een ellendige nacht, waarin ik last had van misselijkheid, maagpijn en diarree. Dit gaat niet goed. Nog steeds aan de Imodium, (je moet toch uren in de auto zitten), maar het geeft niet helemaal het gewenste resultaat. We begonnen met een bezoek aan de vleermuisgrot met de pythons in het Maramagambo Forest, waarvan later bleek dat de vleermuizen aldaar het gevreesde Marburg virus overbrachten. Maar dat wisten we toen nog niet, dus gingen we onbevangen op pad. Onderweg wat apen gezien, maar verder niets. Bij de grot aangekomen bleek het nog te koud voor de pythons. Door de verschrikkelijke stank die uit de grot kwam, waagden wij ons niet al te ver naar binnen, waar de vleermuizen rondvlogen. Achteraf gezien maar heel gelukkig dus. Wel heb ik mijn camera op de grond gezet; later hoopte ik van harte dat dat niet ook gevolgen kon hebben gehad.
Op de weg terug werd ik aangevallen door een horde grote zwarte mieren; binnen één seconde zaten ze overal in mijn kleren en beten me overal. Je weet niet wat je meemaakt, het is vreselijk! Ze bijten zich echt in je vast en dat doet gemeen zeer. Je zit dan helemaal onder en wil het liefst al je kleren uitgooien en in het water springen, wat gezien de bilharzia ook geen goed idee is. Goede raad ter voorkoming: ga nooit in het bos wandelen zonder je sokken over je broek heen! Ze bijten je overigens ook door je kleren heen!
Joke hielp mij de mieren van me af te slaan en kreeg ook een beet in haar vinger; het bloed kwam er uit! Rotbeesten!
Na dit drama nog enkele uren knap beroerd geweest in een hobbelende auto.
Toen kreeg Isma een seintje van een andere chauffeur dat hij de tree climbing lions had gesignaleerd, die al 2 weken door niemand meer gezien waren. We besloten de lunch de lunch te laten en door te rijden naar het park en ja hoor, daar lagen er 6 stuks in een grote vijgenboom lekker uit te buiken of te wachten op hun moeder met buit, dat kan natuurlijk ook. Een prachtig gezicht is het in ieder geval!
Na nog een olifant en wat topi’s gearriveerd in het Ishasha Wilderness Camp, weer een enorme verrassing. Compleet geïsoleerd gelegen in het bos, aan een riviertje, luxe tenten met bush-douche en –toilet, weer opgewacht met drankjes en een nat geurend handdoekje. Onze koffers (de mijne is echt niet zo licht) worden met een zwaai op het hoofd gezet en naar onze tent gebracht. De manager houdt ook kantoor in een (open) tent en lounge en eetgelegenheid zijn eveneens open tenten. Zelfs de toiletjes op de camping zijn in de buitenlucht, achter een rieten mat met een bordje ervoor Vacant/occupied wat je moet omdraaien. Aan de voorkant is een keurig wasbakje met zeep en een handdoekje en een spiegel!
Mij kun je hier gerust weer achterlaten met een stapel boeken; voor anderen is het te stil. Want er zijn verder geen gasten om mee te praten.
In de bomen weer allerlei apen en bij mijn tent een crowned hornbill in de boom! Ik heb hier mijn schade van gebrek aan hornbills in Borneo wel ingehaald!
De lunch was zo heerlijk dat ik die toch maar heb opgegeten, ondanks de maagklachten.
Het was hier heerlijk toeven; aan de rand van een stromend riviertje, prachtige lichte tent van alle gemakken voorzien, lekker schone lakens, schemerlampjes, warme douche op afroep en zelfs warm water in de thermosfles om je handen comfortabel te wassen!
Nu alleen nog badende olifanten!
’s Avonds bij het kampvuur geborreld met Karin en David, uit Zimbabwe verdreven boeren. Karin, een schat van een vrouw, maakte een sodadrankje voor mijn maag. Imodium helpt niet meer. Het 4-gangendiner was voortreffelijk, dat zag ik wel, maar ik kon de lucht niet verdragen. Dat ik niet meer kan eten is niks voor mij, dus het was goed mis. Je voelt je dan toch angstig; in de middle of nowhere iets krijgen is echt niet aan te raden, want er is niemand om je te helpen. Na het eten werden we naar onze tent begeleid door 2 bewakers met zaklamp, vanwege de mogelijke aanwezigheid van nijlpaarden, apen en leeuwen (slik). We worden geïnstrueerd onze tent niet te verlaten gedurende de nacht!
Donderdag 3 juli
De hele nacht in mijn luxe bedje vreselijke maagpijn gehad en heen en weer naar mijn chemisch toiletje gelopen. Wat was ik daar blij mee; je zult zoiets maar krijgen op een camping als Chilli Rest Camp in Murchison Falls, waar je geen toilet in de buurt hebt, maar wel een nijlpaard voor de deur! Puntje van aandacht voor een volgende vakantie!
Helaas vannacht geen colobusapen gehoord, alleen de toeterduif was weer vroeg irritant aanwezig. Thee op bed en een warme douche uit de jerrycan om 6.45, wat een heerlijke verwennerij na zo’n nare nacht!
Het heeft vannacht weer flink geregend; gelukkig valt de meeste regen ’s nachts tot nu toe. Het koelt in de nachten lekker af tot zo’n 20 graden, zodat je niet ligt te puffen in je bed. Alleen in Kibale was het behoorlijk koud, maar door de dikke sprei hadden we daar geen last van.
Van Karin kreeg ik geraspte appel als ontbijt, want veel meer kon ik niet verdragen. Erg lief allemaal en met pijn in mijn hart afscheid genomen van dit unieke plekje! Dit slechts 80 km2 grote unieke natuurgebied bij Ishasha wordt bedreigd doordat er waarschijnlijk naar olie geboord gaat worden. Dat zou toch niet mogen gebeuren…….
Dit keer vond Isma zélf de tree climbing lions, waar ie erg trots op was! Dit keer lagen er 4 welpen te wachten op hun moeder.
Na nog wat topi’s, buffels en Kobs gezien te hebben, weer verder getrokken. Hier zijn geen giraffen meer en zebra’s komen pas bij Lake Mburo, dus die hebben we nog tegoed.
Langs de grens met Congo hebben we nog even de badderende nijlpaarden verstoord, die met z’n allen op de loop gingen voor ons muzungu’s (witte reizigers).
Vanwege mijn toenemende maagpijn besloot Isma een dokter te zoeken in de “stad”. Hier is me toch wel duidelijk geworden wat voor risico je eigenlijk neemt als je zo’n land bezoekt; er is niks in de wijde omtrek als je iets overkomt. Een iets uitgebreidere reisapotheek is toch wel nuttig met misschien antibiotica en steriele naalden. In Kabale de rest in een restaurantje achtergelaten en gaan zoeken naar een arts. We vonden een privé-kliniek, maar die was gesloten wegens het overlijden van de vrouw van de bisschop. Geen enkele dokter was er achtergebleven. Onbestaanbaar bij ons.
De tweede dokter huisde in een of ander krotje en daar zaten een aantal mensen te wachten. Maar Isma maakte met zijn postuur en overwicht toch zoveel indruk, dat ik meteen naar de dokter mocht. Op hoop van zegen dan maar. Ik kreeg een geweldige lading pillen, onbekend welke, om de oorzaak van de klachten aan te pakken en inderdaad verdween de pijn na een tijdje. Ik heb wel de hele verdere vakantie last gehouden van misselijkheid en de darmen hielden zich ook niet altijd rustig.
Op mijn hoofd was intussen een bultje verschenen waar het insect had gebeten. Ik dacht eerst aan een muggenbult, maar het voelde totaal anders. Af en toe stak het behoorlijk en er wriemelde wat, zou je zeggen. Maar ja, het zou wel overgaan.
De route naar Lake Bunyonyi voerde behoorlijk omhoog en omlaag door de bergen, over een murramweg. Overal is het oerwoud gekapt en wordt er van alles verbouwd; bananen, mais, millet, kool, yams, aardappelen, suikerriet etc. De akkertjes zien er keurig onderhouden uit en er is een overvloed aan eten hier in Uganda. De mensen zien er ook allemaal goed uit.
De overtocht naar Bushara Island in een klein bootje was somber en nat, er stond een harde wind, het onweerde in de verte en dikke trui en regenjas waren geen overbodige luxe.
Bushara Island Camp was alleen te bereiken via een gigantische klim, zonder koffer al een hele klus, maar ik had medelijden met de mensen die onze bagage op hun hoofd naar boven moesten zeulen. Dit waren nog meest vrouwen ook!
Hier kwamen we van de hemel in de hel! Ons onderkomen bestond uit een oude, smoezelige tent, zonder elektriciteit (het was ook overdag zo donker in de tent dat je geen hand voor ogen zag en je spullen met een zaklantaarntje in je koffer moest zoeken). De bush-wc was buiten, los van de tent in een hokje en stonk zo vreselijk dat ik het na 1 keer voor gezien hield. De douche (de bekende jerrycan) was ook achter de tent, in de open lucht, met een rietmat eromheen. Op zich niet erg, maar het was hier zo stervenskoud dat je je wel 3x bedacht (na het een keer te hebben geprobeerd hoor).
Je hebt wel uitzicht op het meer, maar hier wilde ik toch “gillend naar huis”. Voor eenzelfde situatie is een hoofd(zak)lamp wel erg handig, want met één hand in de koffer graaien en met de andere bijschijnen schiet niet echt op. Het eten werd opgediend in een grote open ruimte (leuk als het warm is, maar niet bij een graad of 5 terwijl je in de tocht zit). Tot overmaat van ramp had ik mijn wandelschoenen in de auto laten staan aan het vasteland. Dus met alleen teva’s tot mijn beschikking 2 dagen in die kou gezeten. We aten meestal bij het licht van 1 kerstboomkaarsje, want het elektrisch licht bestond uit een paar peertjes voor een hele grote ruimte en dit viel bovendien regelmatig uit.
Verder was het overal aardeduister en met dank aan mijn goede zaklantaarn kon ik ’s avonds de tent vinden, een heel eind de bush in, waarbij ik een heleboel trappetjes af moest. Ook hier is de telefoonverbinding erg slecht en eigenlijk niet te gebruiken.
Vrijdag 4 juli
Gelukkig was er hier wel een afvalemmer aanwezig, die ik in de tent heb gezet en als po gebruikt. Het is werkelijk ijskoud hier; net of je in maart in Nederland kampeert, brrrr.
Na het ontbijt was het droog en hebben we met z’n vieren de Eucalyptus Trail gelopen, een rondje om het eiland. Inderdaad allemaal Eucalyptusbomen; als je de blaadjes kneust ruiken ze heerlijk. Er zijn alleen wat kleine vogeltjes te zien (Speckled mousebird, Somali bee-eater en zwarte ibis) en verder is het hier niet opzienbarend. Wel leuk was dat we zagen hoe mensen een kano hakten uit een grote eucalyptusboom; hier zouden we in Kisoro ook nog in varen!
Bij de lunch begon het enorm te gieten en de temperatuur kwam beslist niet meer hoger dan een graad of 10. De regen is niet meer opgehouden en we hebben zitten vernikkelen in het tochtige, open restaurant. Wat een ellende. Gelukkig ging na een tijdje de grote open haard aan en konden we wat opwarmen. Op de prachtige locaties waar we eerder waren was geen mens te zien, maar hier was het behoorlijk druk, vooral met kampeerders. Een naargeestig oord vond ik het hier.
’s Middags van ellende maar met alle truien over elkaar aan onder het dekbed gaan liggen in de donkere tent, wat kon je hier anders dan wachten tot je weer kon gaan eten? Het is te donker om te lezen! Dan slapen en dan mogen we hier weer weg!
Zaterdag 5 juli
Heerlijk om dit donkere, koude, natte hol te kunnen verlaten met dikke trui, vest en regenjack aan, op blote voeten! Brrrr.
Op het vasteland aangekomen bleek het in een groot gebied flink te hebben geregend, want de murramwegen waren veranderd in één grote derrie, waar mensen, fietsen en (vracht)auto’s doorheen moesten ploeteren of gewoon in bleven steken. Als je hier geen 4WD hebt, kun je het vergeten. Ook hier gingen de wegen behoorlijk omhoog en omlaag; op een gegeven moment kwam er in een bocht (voor ons steil omhoog) een bus vol mensen recht op ons af slippen. We konden niets anders doen dan onze adem inhouden, maar op het laatste nippertje wist hij ons nog te ontwijken. Pffffff…….
Het is wel duidelijk dat je in dit land in de regentijd echt niks te zoeken hebt. Het verandert dan in één grote rode modderpoel.
Om 12.30 veilig aangekomen bij Travellers Rest, dat een lange historie kent en veel befaamde onderzoekers, waaronder Dian Fossey, bekend van “Gorilla’s in de mist”, tot zijn gasten heeft mogen rekenen. We werden allerhartelijkst ontvangen door Roland Krol, de Nederlandse manager. Het hotel ligt aan de rand van de “stad” Kisoro, maar eenmaal binnen kun je je heerlijk ontspannen in de prachtige tuin en zitten lezen op de veranda voor je kamer. Ook is er een grote open haard in de lounge, die al in de middag door Ronald aangestoken wordt, wat heerlijk is gezien de ook hier niet erg hoge temperaturen!
’s Middags werden we weer getrakteerd op een gigantische tropische regenbui, maar de lekkere warme douche maakte veel goed!
Na de regen zijn we even de stad ingelopen op zoek naar de aangekondigde prachtige souvenirs die hier te koop zouden zijn, maar behalve een paar zeer primitieve winkeltjes met wat rotzooi was er niets te krijgen. Het werd nu toch zaak om wat voor het thuisfront te pakken zien te krijgen. We worden behoorlijk aangestaard en helemaal veilig voel ik me niet, maar volgens Roland was er echt niets te vrezen. Daar gaan we dan maar van uit.
’s Avonds is er een buffet voor de gasten, eenvoudig maar van uitstekende kwaliteit.
Zondag 6 juli
Na een erg koude nacht, volgens mij tegen het vriespunt, gingen Joke en ik de snake-tour doen. Het was gelukkig droog en met een zonnetje erbij warmt het toch lekker op.
We werden door Roland met z’n 4WD en de gids door de akkertjes naar Lake Mutanda gebracht, waar we vanaf de overkant, van Python Island, twee uitgeholde boomstam-kano’s zagen aankomen om ons op te pikken. O hemel, kunnen wij daar wel in? Je moet echt niet(omdraaien) boven maat 42 uitkomen, anders pas je er niet tussen! De ene was inderdaad te smal, in de andere ging het net! Eerst werden voor de dames eucalyptustakken geplukt en in de kano gelegd en ergens kwamen een paar kussentjes vandaan, zodat we “comfortabel” konden plaatsnemen. Toen werden we naar de overkant gepeddeld, waarbij je vurig hoopt dat zo’n ding niet omkiept, wat kano’s toch vaak eigen is! Ik stak mijn hand in het water, maar werd onmiddellijk door Joke teruggefloten: niet doen vanwege de bilharzia!
Op het eiland hebben we een flinke wandeling gemaakt door bananenplantages en akkertjes, begeleid door gids Atta en de kanovaarder en omring door een aantal kinderen. Onderweg kwamen we een paar hutjes tegen met vrouwen, kinderen, kippen en varkentjes, heel schilderachtig, maar we durfden geen foto’s te maken. Een van de kleintjes zag ons en rende panisch huilend het hutje in; waarschijnlijk nooit zulke enge witte mensen gezien!
De pythons kamen niet tevoorschijn, er lag wel een vel buiten een hol en dat was het! Maar we mochten niet te lang blijven staan, want daar hielden de pythons niet van, aldus de gids!
Ik voel me nog steeds helemaal niet lekker; misselijk en beroerd. Morgen de gorilla-tracking en dan moet je toch fit zijn. Ik zie er best tegenop!
Maandag 7 juli
Het uur van de waarheid is aangebroken: red ik de tocht of niet? En moet ik op de stretcher worden teruggebracht, zoals ettelijke te dikke Amerikanen? De hele nacht niet geslapen, misselijk, diarree en het water kwam met bakken uit de hemel. Geen beste start. Half 5 op, half 6 ontbijt. Eerst moesten we 1,5 uur rijden in de bergen door het stikkedonker over een weg waar bij ons een geit nog zou weigeren overheen te gaan. Maar onderweg zagen we al mensen lopen met allerlei spullen op hun hoofd en fietsers; hoe is het mogelijk dat die kunnen zien waar ze lopen of rijden!
In het Nkuringo Office (klinkt mooi, maar is gewoon een betonnen krotje) kregen we eerst een briefing van hoofdgids Caleb, een man met beslist de nodige humor, dat wel! Ik huurde 2 dragers en hoopte vurig dat ik niet die stretcher nodig zou hebben! De groep bestond behalve ons vieren nog uit 2 Amerikaanse dames en een jong Belgisch stel, Caleb met nog een paar rangers en alle dragers voor de rest.
De tocht begon met een voor mijn knie zeer zware afdaling van 1,5 uur, waarbij ik ver achteraan kwam sukkelen en erg geholpen moest worden door drager Lawrence. Gelukkig had ik ook nog een stok aan de andere kant. Ik was wel bang dat Caleb zou zeggen dat ik maar terug moest, omdat ik de groep ophield. Het was ook eigenlijk gekkenwerk. Na 1,5 uur kregen we de instructie alles aan de dragers te geven en met alleen de camera verder te gaan; het zou nog ongeveer een uur duren en we gingen nu steil omhoog van het paadje af de bush in. Daarmee zakte me de moed in de schoenen, want zonder Lawrence kon ik het niet. Dit was een staaltje humor van Caleb, want na een meter of 10 klimmen zagen we ze ineens, de gorilla’s. Een grote groep (15) zat daar tussen de struiken; een paar moeders met kinderen, een paar jongelui die lagen te slapen (het zijn toch net mensen) en twee silverbacks. De leider lag ook te slapen tussen zijn vrouwen in, de andere zat aan de andere kant van de struiken. Ze zaten allemaal maar van 2 tot 5 meter van ons af. Ze gingen lekker hun eigen gang en we mochten een uur lang blijven kijken en fotograferen. Het was zo steil dat je bijna niet kon staan, dus foto’s maken was ook niet eenvoudig. De silverback aan de “overkant” kwam op een gegeven moment recht op ons af, we moesten naar de grond kijken en hij passeerde ons even. Je zou hem zo hebben kunnen aanraken. Daarna ging hij weer terug naar zijn plekje. Er was ook een baby en een kleintje van 6 maanden bij.
Als ze je aankijken is het met de ogen van een heel wijs, oud mens.
Ongelofelijk dat mensen zo’n dier iets aan kunnen doen; daar moet je toch zuinig mee omspringen. Maar dat deden ze hier wel, je kon duidelijk merken dat Caleb en zijn mannen zeer betrokken waren bij de gorilla’s en dat ze er zeer veel liefde voor hadden. Caleb maakte zelf ook foto’s.
Na 1 uur begon de grote klim terug. Wat een drama was dat; ik had er het meeste moeite mee en moest steeds stoppen wegens draaierigheid en misselijkheid en was volledig uitgeput. Het ging steil omhoog en de lucht was ijl. Het was zo’n 450 m klimmen hemelsbreed.
Maar we hebben het gered zonder stretcher en na een warme douche op Travellers Rest was ik weer helemaal bij de wereld!
Een schijfje van 4GB helemaal volgeschoten met de gorilla’s!
Het weer heeft zich keurig gedragen en het is de hele tijd droog gebleven!
Dinsdag 8 juli
Het bultje op mijn hoofd baart toch zorgen; het is zeker geen muggenbult. Even aan Roland laten zien; die dacht meteen aan een beet van een mango fly (?) en stuurde me naar de dokter. Zo’n vlieg legt eitjes onder je huid, dan komt daar een larve uit en die bijt en wriemelt rond (griezel griezel). Het moest verwijderd worden. Dus met Isma naar de dokter, al weer! Er zat iemand in een witte jas op een stoeltje midden op straat, die keek even en kondigde aan dat dan eerst de instrumenten moesten worden gesteriliseerd (!). Ik moest later die dag maar terugkomen.
Ondertussen met de kleine gids met de grote naam Apollo een bird-watching tour gedaan in mijn eentje. Ik was helemaal bekomen van de gorilla-tracking en ik wilde niet de hele dag niks doen. Het was een mooie wandeling, waarbij we veel vogels hebben gezien en zelfs 2 ottertjes hebben zien zwemmen. Apollo wilde mij ook naar de overkant van een meer brengen, waarvoor van de overkant een boomstamkano moest worden opgetrommeld middels zwaaien en schreeuwen van Apollo. De meeste mannen waren te dronken, maar uiteindelijk kwam er toch een. Nu werd er een bodempje van papyrus geplukt en daar gingen we weer, op naar een boom vol pelikanen en door een veld van prachtige waterlelies.
Apollo vertelde over de mannen van Kisoro: al het werk wordt gedaan door vrouwen, de mannen doen he-le-maal niks. De dag begint in de “kroeg” en eindigt er ook. Hoe meer je drinkt, hoe meer aanzien je hebt.
Vrouwen mogen maar 2x per jaar vlees eten, met Pasen en Kerstmis. Ze eten alleen fruit en groente. De melk, vis en eieren is ook voorbehouden aan mannen. Die eten weer geen fruit en groente!
‘s Middags zou Apollo met mij suikerriet gaan kopen en mij lokaal bananenbier laten proeven. Ik mocht niet te veel van Roland; daar krijg je diarree van! Ik dacht dat we een eindje gingen lopen, maar hij huurde fietstaxi’s en achterop gezeten ging het in duizelingwekkende vaart de heuvels af. Waar begin ik toch altijd aan??? In een of ander lokale drinkgelegenheid met een paar wazig voor zich uitstarende mensen kreeg ik een grote mok met een bodempje “bier”. Eigenlijk moet je daar natuurlijk niet aan beginnen vanwege de hygiëne, maar ja. Het smaakte overigens naar meer, maar ik mocht niet!
Toen kocht Apollo voor mij een stengel suikerriet en liet me zien hoe dat te eten: bast afscheuren met je tanden en stuk afbijten. Lekker op kauwen en de vezels uitspugen. Dat afscheuren lukte me niet en ik wilde mijn tanden houden, dus kwam er een mes aan te pas. Inmiddels werd ik omringd door een horde grinnikende mensen en later kwamen er tientallen kinderen bij staan, die me allemaal een rood briefje onder de neus duwden. Een door de scholen bedachte manier om geld te vragen. Uiteindelijk heb ik er maar één uitgepikt en die wat gegeven. Je moet dan je naam op het briefje schrijven en het bedrag wat je geeft. Een akelige toestand, want dan is er maar één de gelukkige. De rest zeurde niet om ook wat, toch apart!
Helaas durfde ik weer geen foto’s te maken; dat wordt hier niet altijd gewaardeerd omdat je daarmee “de ziel van die persoon meeneemt”.
Voor de terugweg de heuvels op had Apollo een brommer versierd; hij reed zelf en ik achterop. Ik voelde me wel lichtelijk opgelaten! Dit keer was ik de bezienswaardigheid ipv de Ugandese bevolking!
De dokter was weggeroepen, dus Apollo bleef maar door Kisoro crossen met mij achterop. Hij dacht zeker: als ik geen jonge meid achterop kan krijgen, dan maar een oudje! Uiteindelijk kon ik hem overtuigen dat ik wel in het hotel zou wachten tot de dokter terug was en zette hij me af, goddank!
De dokter bleek een uiterst vriendelijke Ugandese vrouwenarts te zijn, getrouwd met een Duitse. Dat gaf toch enigszins vertrouwen. Door hem en zijn assistente werd ik uiteindelijk, zonder verdoving, liggend in een soort garage op een bankje, bijgeschenen door een elektrisch peertje als operatielamp, verlost van de larve van de mango fly, wat nog een hele, pijnlijke bevalling was!
Je schijnt dit op te lopen doordat wasgoed op de grond, waar de larven inzitten, te drogen wordt gelegd. Je moet het daarna wel strijken om de larven te doden, maar dit zal dus wel niet gebeurd zijn!
Woensdag 9 juli
Uitgezwaaid door Roland om half 8 vertrek naar Lake Mburo, waar we een nachtje zullen verblijven in het luxe Mihingo Lodge.
De tocht voert eerst nog door het hooggebergte, later worden het heuvels en dan vlak land. Een rotonde bestaat hier uit een vrachtwagenband met een steen er in, kan natuurlijk ook!
In Mihingo Lodge heb je nou het echte Afrika-gevoel: helemaal bovenop een heuvel op een rots gebouwd met wijds uitzicht over de savanne, waar je allerlei dieren ziet lopen, word je verwelkomd met een drankje in het mooie open restaurant. Het weer is hier gelukkig een stuk warmer en aangenamer. Er is een mooie gezellige open lounge, en een zwembad en nog een panoramaterras met hetzelfde uitzicht. Het is hier oorverdovend stil, wat een plek! Het is heel kleinschalig en er zijn maar een paar tafeltjes. Behalve deze lodge is er helemaal niets in de wijde omgeving.
We hebben weer een zeer luxe tent met eigen veranda met vrij uitzicht over de savanne. Aan de tent is een stenen gangetje gebouwd, dat leidt naar een eigen badkamer en een toilet. Alles zonder glazen ramen, maar wel met gaas in de openingen tegen de muskieten. Vanaf mijn veranda zie ik een elandantiloop, een visarend en een aantal impala’s. In de verste verte is geen andere tent en ik waan me helemaal alleen in de natuur. Het is wel een flinke afdaling vanaf het restaurant over hobbelige trapjes en een gigantische klim terug!
Ook hier wil ik wel weer worden achtergelaten met een stapel boeken!
Om 5 uur hebben we weer een gamedrive; ditmaal zouden er zebra’s te zien zijn. Nieuw zijn hier ook de impala’s. Verder gezien: een elandantiloop (erg schuw), visarend, Red-necked spurfowl, Bushbuck, topi, veel warthogs, Waterbuck, Black-faced vervet monkey (blauwbal-aap), baviaan, nijlpaard.
Heerlijk gedineerd in ons open lodge-restaurant, een ster waard.
Na het diner word je thuisgebracht door een zorgzame jongen met zaklamp; op de trapjes staan overal olielampen, heel romantisch.
Lekker onder de warme regendouche (ik hoopte alleen dat er geen mannetje stond te loeren buiten, want gordijnen waren er niet) en heerlijk slapen in het mooie bed met de al klaargehangen klamboe!
Donderdag 10 juli
Om 5 uur op (hoezo, vakantie?), kopje thee en fruit en met de auto naar de plek waar de rangers wonen. Hier kregen we gids Nicholas, een piepjonge militair met een geweer, humor en grote kennis van de dieren en de natuur. Hij zou ons dus moeten beschermen tegen allerlei vormen van gevaar.
We zouden in het “moeras” gaan wandelen. Het begon net licht te worden toen we 2 hyena’s zagen, die ons wel heel erg interessant vonden. De neusjes gingen omhoog en daar kwamen ze aan! Steeds even ruiken, kijken, paar stapjes verder naar ons toe, weer neusjes omhoog en nog maar wat dichterbij. Onze beschermengel Nicholas werd wat schichtig en wist duidelijk niet precies wat te doen; uiteindelijk maakte hij een dreigende beweging en greep zijn geweer. De voorste hyena stond even stil, maar liet zich toch niet afschrikken. Ze zagen er helemaal niet agressief uit, dus bang waren we niet. Uiteindelijk stond de voorste op zo’n 3 meter afstand mij eens goed te bekijken, met een bezorgde blik in zijn ogen! Nicholas stond een eind achter ons af te wachten wat er zou gebeuren. Toen vonden de hyena’s het welletjes en trokken zich terug! Nicholas veegde zich eens wat angstdruppeltjes van zijn voorhoofd en zei dat hij nog nooit zo dichtbij een hyena had gestaan en dat hij er niet gerust op was geweest! Wij verkeerden in zalige onwetendheid, misschien maar goed ook!
Dit was toch een van mijn indrukwekkendste ontmoetingen van deze vakantie!
Daarna zagen wij een aantal buffels om de hoek komen, nog redelijk ver weg. Ook hun neuzen gingen omhoog en ze straalden uit dat we het niet moesten wagen om nog één stap verder te doen. We moesten achteruit lopen van Nicholas en trokken ons terug achter de bosjes. Een beetje griezelig was het wel, want ik ben geen ster in het bomen klimmen.
Later hoorden we dat buffels eerst 10 minuten nadenken en dan vallen ze aan!!!! Was dat even een geluk!
Toen troffen we een nijlpaard in een plasje water, tussen de waterlelies. Ook die zag ons niet zitten en hees zich verstoord uit de modder, om vervolgens mopperend weg te lopen. Gelukkig niet onze kant op!
Veder nog gezien tijdens deze wandeling: de bare-faced go-away bird (de vogel met de allermooiste naam!), zebra’s, impala’s, warthogs, 2 elandantilopen, topi’s, blauwbal-apen, kraanvogels, spur-winged gooses en veel parelhoenen.
Zo’n game-walk is een heel aparte ervaring moet ik zeggen, niet geheel zonder risico denk ik en ik was toch blij dat er in dit park geen leeuwen waren. Er waren wel luipaarden, maar die hebben we hier niet gezien. De andere gasten in de lodge wel.
Zebra’s komen alleen bij Lake Mburo voor, giraffen alleen in Murchison.
Na het ontbijt moesten we helaas al weer vertrekken. In een winkeltje bij de lodge hadden ze eindelijk aparte souvenirs, zodat ik hier wat ingeslagen heb. Volgens Isma konden we onderweg, bij de evenaar, nog veel meer kopen. Maar de zepen en cremes van papaya, moringa en avocado, verpakt in een zakje gemaakt van bast van de ficus, heb ik toch nergens meer gezien!
Dit was ons laatste mooie park; nu restte ons alleen nog de lange, saaie asfaltweg terug naar Kampala. Bij de evenaar waren inderdaad heel veel souvenirwinkeltjes, waar we de laatste inkopen konden doen. Afdingen is wel nodig, maar echt heel goedkoop is het nou ook weer niet. Ze zakken beslist niet beneden een bepaald niveau. Na jou komt er wel weer een andere, meer onnozele toerist.
Tegen 5 uur bereikten we de chaotische stad Kampala, die bestaat uit heel veel mensen, (vracht)auto’s die allemaal enorme wolken zwarte rook uitblazen, brommers, fietsen, rotzooi, bananen en heel veel smog, stank en lawaai. Voordat je daar doorheen bent, ben je uren verder, maar uiteindelijk bereikten we toch het Airport Guesthouse in Entebbe, waar we verwelkomd werden door Mark en Fieke. Het zat erop…………..
We hebben heerlijk gegeten in de prachtige tuin, de tafels vespreid over het gras, bloemen alom en genoten van de rust en de vogels, ondanks dat het niet in de natuur ligt, maar in de villawijk van Entebbe.
Vrijdag 11 juli
Onze laatste dag, vanavond gaan we naar het vliegveld. Maar het zou zonde zijn om niet nog wat te ondernemen, dus Joke en ik nemen een taxi, bedingen van te voren een prijs (even bij Fieke geïnformeerd wat we moesten betalen) en gaan naar de botanische tuin. Het bleek een bewaard stuk van de jungle te zijn, wat gecultiveerd natuurlijk, maar het was echt de moeite waard. We kregen een gids mee (volgens eigen zeggen een student biologie) die ons gedurende 2 uur echt alles vertelde en liet zien en ons alle gelegenheid gaf om foto’s te maken. Verder waren er bijna geen mensen. Er waren ook volop dieren hier, echt erg mooi.
Naderhand kregen we nog wel onenigheid met de gids over de fooi die we gaven, tot grote ergernis van Mark, die de gidsen hierover al meerdere keren op de vingers had getikt!
’s Middags er ook weer op uit, weer met onze eigen taxi die op de seconde op tijd was steeds. Deze keer naar de dierentuin. Ik had er een beetje mijn bedenkingen tegen; zou het wel leuk zijn dieren in hokken te zien na al die dieren in de vrije natuur? Maar dat viel reuze mee; het was een mooie dierentuin, ruim opgezet en de dieren hadden allemaal plaats genoeg. Leuk was het de shoebill stork nu eens goed te kunnen bekijken en fotograferen!
Wat opviel waren de honderden schoolkinderen, van groot tot klein, allemaal in schooluniformpjes. Bij de chimpansees moesten wij er aan geloven: we moesten op de foto met eerst de hele klas en daarna met ieder kind apart. De onderwijzer had het er maar druk mee en schoot een heel rolletje vol, wat hij vervolgens liet vallen van de zenuwen!
Ook hier aardige souvenirs en heel goedkoop ook nog!
Daarna was het toch echt gebeurd; douchen, koffers dicht en afscheid nemen van Isma, de lieverd, die precies één dag vrij had gehad en al weer in de startblokken stond voor de volgende trip. Deze keer met de safaribus en de kampeerders.
Uitgezwaaid door Mark en Fieke werden we in het donker om 20 uur naar het vliegveld gereden, waar het inchecken vlot verliep. Ter informatie van de volgende deelnemers: hier kunnen de laatste souvenirs worden ingeslagen!
Na een rustige vlucht veilig geland op Schiphol rond 5 uur in de ochtend en afscheid van Joke genomen. Niets meegekregen van de rit naar huis met de Schipholtaxi!
Toen begon de mega-klus van het uitzoeken van de ongeveer 4000 foto’s, het plaatsen op de website en het maken van een foto-album, maar het zorgt er wel voor dat je deze bijzonder mooie reis opnieuw en opnieuw beleeft en nog lang kunt nagenieten!
Nabeschouwing:
- Deze reis 19 dagen Uganda Comfortabel is een absoluut walhalla voor diegenen die van prachtige natuur, dieren, rust en toch avontuur houden, met een beetje meer comfort dan de kampeerreis.
- De accomodaties variëren van (te) eenvoudig (Murchison, Lake Bunyonyi) tot zeer luxe. Het eten is overal prima.
- De kleine groepen (max. 6) zijn natuurlijk erg prettig door de ruimte die je dan hebt in de Landcruiser.
- Voor alleengaanden is het heel fijn dat je iedere dag een programma hebt, of in Kisoro een excursie kunt kiezen, zodat je niet dagen aan jezelf bent overgeleverd. Eten doe je ook gezamenlijk, dus je hoeft je niet alleen te voelen.
- Wel is het belangrijk dat je goed ter been bent voor deze reis. Zelf had ik, met mijn slechte knie, erg veel moeite met de chimpansee-tracking dwars door het bos met overal wortels en andere obstakels en de afdaling naar de gorilla’s. Ook sommige accomodaties zijn niet makkelijk te bereiken, vooral Mihingo Lodge met al zijn ongelijke trapjes kan problemen opleveren. Geef dit van te voren aan Habari Travel aan als je hier last van hebt, dan kunnen ze misschien een makkelijker te bereiken plekje boeken voor jou.
- Een goede zaklantaarn is een absolute must, evenals goede wandelschoenen.
- Ik zou aanraden een zeer volledige medische kit mee te nemen met ook wat steriele spullen (naalden, scalpel etc) er in en wellicht antibiotica. Overleg met de huisarts of de GGD.
- Pas op met het fotograferen van mensen, daar houden ze niet van. Vraag van te voren toestemming!
- Neem vooral voldoende warme kleding mee; het kan erg koud zijn ’s nachts!
- De persoonlijke uitgaven komen wel hoger uit dan genoemd in de folder van Habari. Je geeft echt meer uit aan het eten, want je kampeert natuurlijk niet, maar eet in de lodge of hotel.
- Ook de souvenirs zijn niet spotgoedkoop.
- Neem voldoende geheugenkaartjes mee en ook batterijen. Er is zoveel moois te zien dat je blijft fotograferen of filmen. Een meerwegstekker is erg handig, want opladen moet je meestal op een centraal punt doen buiten je eigen tent of kamer en dan kan alles er tegelijk in!!
De rest van de foto’s zijn te bekijken op: http://chinook.jalbum.net/Uganda%202008chinook.jalbum.net/Uganda%202008 <//a>